Op weg naar de Leidse burgertop


Door: Kasper van Alphen, Anouk de Bruijn, Vera Geenen en Jeroen Jonkers

Bijna is het zover: honderden inwoners komen bij elkaar om te praten over hun stad en leefomgeving tijdens de L750 burgertop. Maar wat leeft er nu in Leiden? En hoe is het werven van deelnemers verlopen?

De organisator brengt tijdens de top wensen, ideeën en verbeterpunten van verschillende inwoners bij elkaar. Uiteindelijk moet er een lijst met aandachtspunten uitrollen; een agenda die zowel politieke partijen als instellingen en bedrijven kunnen gebruiken in hun programma. Alle Leidenaren kunnen meedoen.

 


Op pad met Ron Stol

Portret - Eén van de deelnemers aan de burgertop is Ron Stol (58). Hij is een betrokken Leidenaar die graag meepraat over zijn stad. Neem een kijkje in het leven van Ron en volg hem op weg naar de burgertop.

Wanneer? 22 maart 2017, Stadsgehoorzaal Leiden

 

 

Voor wie? Alle inwoners van Leiden

 

 

Hoe? Meld je aan via de website en praat met buurtbewoners over plannen voor de stad

 

 

Meer weten? Kijk op de Facebookpagina



Ron Stol, een man met een mening. Een mening die hij nu tijdens de burgertop kan delen met de andere deelnemers. Hoe meer verschillende mensen, hoe meer verschillende ideeën. Toch kan het samenstellen van een diverse groep lastig zijn voor organisatoren van een burgertop. Waarom?


Verschillende mensen bij elkaar brengen blijft een uitdaging

Essay - De organisatie van de burgertop in Leiden wil dat de deelnemers een afspiegeling vormen van de bevolking qua leeftijd, opleiding en afkomst. Ze wil zo’n groep samenstellen met de ‘zwaan-kleef-aan-methode’: werven via het eigen netwerk. Toch blijft zo de kans op homogeniteit bestaan. Is er een alternatief?


Een burgertop moet dienen als verlengstuk van de democratie. Een plek waar inwoners kunnen meepraten over de stad en ideeën kunnen inbrengen voor een ‘inspiratie-agenda’. Onderzoek laat zien dat zulke bijeenkomsten effectiever zijn als er mensen met verschillende achtergronden deelnemen.

 

Diversiteit

Mensen uit een homogene groep hebben vaak eenzelfde visie. Zo toont de Amerikaanse onderzoeker James Surowiecki aan dat diversiteit in een groep goed is voor de creativiteit van de groepsleden. Surowiecki spreekt in zijn onderzoek over the wisdom of the crowds: een diverse groep biedt de mogelijkheid om meer perspectieven en visies aan het licht te brengen dan een homogene groep.

 

Een ander probleem van een groep met gelijkgestemden is groupthink. Dat houdt volgens de Nederlandse onderzoeker Paul ‘t Hart in, dat mensen in een groep meegaan met de mening van andere groepsgenoten om niet buiten de boot te vallen. Kiest de meerderheid bijvoorbeeld om richting A op te gaan, maar jij wilt liever B, dan zal je eerder geneigd zijn om voor A te kiezen. Zeg je bovendien in dat geval toch B, dan is de kans groot dat je door de andere gelijkgestemde groepsgenoten niet wordt gehoord.

 

Netwerken

Een diverse groep is dus belangrijk, maar hoe realiseer je die? Tot nu toe zijn de deelnemers van de meeste burgertoppen, zoals in Amsterdam en Amersfoort, geworven via loting. Ook al werden de bijeenkomsten goed bezocht, de aanwezigen waren voornamelijk hoogopgeleide, blanke mannen van middelbare leeftijd.

 

Om deelnemers te werven voor de burgertop in Leiden werken de organisatoren niet met loting, maar zoals eerder gezegd met de zwaan-kleef-aan-methode. Ook voor de huiskamersessies die afgelopen najaar werden gehouden, werkten ze met die wervingsmethode. Tijdens de huiskamersessies kwamen mensen bij elkaar om tot ideeën te komen die tijdens de burgertop zullen worden besproken. Zo’n huiskamersessie werd geleid door een ambassadeur, die verantwoordelijk was voor het samenstellen van de groep. De organisatoren stelden de ambassadeurs via hun eigen netwerk aan.

 

De Leidse organisatie heeft gekozen voor die methode, omdat ze geloofde in de persoonlijke benadering. Ze wilde daarom netwerken inzetten om dat persoonlijke element te waarborgen. ‘‘We wilden zo veel mogelijk mensen met verschillende achtergronden bereiken, en dachten dat dit de beste manier daarvoor was’’, aldus Edith van Middelkoop, een van de organisatoren.

 

In-group en out-group
Het is de vraag of via netwerken inderdaad alle lagen van de samenleving bereikt worden. Niet alle mensen hebben een (groot) netwerk, omdat ze bijvoorbeeld weinig mensen kennen, weinig buiten komen of werkloos zijn, zoals Ron Stol uit bovenstaande video. Het kan zijn dat het idee van een burgertop zulke mensen niet bereikt, omdat zij niet in het netwerk zitten van de mensen die het idee verspreiden, of de laatstgenoemden zulke mensen er niet bij betrekken.

 

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen geneigd zijn in hun netwerk op zoek te gaan naar mensen die op hen lijken: het in-group- en out-group-probleemMensen benaderen eerder iemand uit de eigen omgeving die ze kennen (in-group) en sluiten anderen met afwijkende ideeën (out-group) eerder buiten. Gaat de zwaan-kleef-aan-theorie, die juist gebruikmaakt van het persoonlijke netwerk, hand in hand met dat in-group- en out-group-probleem?

 

Een antwoord op die vraag is lastig te geven. Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de zwaan-kleef-aan-theorie en een eventueel in-group- en out-group-probleem wordt daarbij niet genoemd. Om het risico op een homogene groep te verkleinen, kan een andere manier om mensen te werven een oplossing zijn: een wijktop. In Rotterdam is deze manier succesvol gebleken.

 

Wijktop als wervingsmethode

In 2013 heeft de Maasstad een bijeenkomst georganiseerd, waar buurtbewoners werden uitgenodigd om te praten over hun eigen wijk. De organisatie, Nationaal Programma Rotterdam Zuid, wilde bewust een bijeenkomst op wijkniveau organiseren, omdat inwoners volgens haar eerder ideeën hebben over hun eigen wijk dan over de hele stad. Door het lokale karakter van benaderen zijn mensen gemakkelijker te bereiken.

 

Volgens de woordvoerder van de organisatie, Karín Oostenbrink-Fraai, zorgt hun aanpak voor een lokaler, directer en eerlijker gesprek. Mensen herkennen zich in elkaars ideeën en voelen zich zo meer gehoord. Bovendien wilden de inwoners hierdoor eerder meedoen. “En het belangrijkste: we konden zo voorkomen dat alleen de usual suspects naar de burgertop zouden komen”, aldus Oostenbrink-Fraai.

 

De wijktop moet niet dienen als vervanger van de burgertop, maar kan worden gebruikt als wervingsmethode. Inwoners krijgen een uitnodiging om deel te nemen, in plaats van dat ze afhankelijk zijn van andermans netwerken waar ze niet toe behoren. Om alle lagen van de bevolking mee te laten doen, zullen alle wijken vertegenwoordigd moeten worden. Tijdens de ‘echte’ burgertop kunnen inwoners uit de verschillende wijken de ideeën die op wijkniveau besproken zijn, inbrengen. Zo kan iedereen de belangen bespreken van het gebied dat hij goed kent en wordt toch heel de stad gehoord.

 

Of deze methode wel werkt, is nog maar de vraag. Hoe dan ook, organisaties van burgertoppen proberen altijd een zo divers mogelijke groep deelnemers bij elkaar te brengen. Dat dit lastig is, blijkt uit eerdere initiatieven. Organisaties kiezen altijd voor de methode die hen de juiste lijkt, want tot op de dag van vandaag is nog geen enkele methode de beste gebleken.